Op bezoek bij Peter van Hamond
  
Het is behoorlijk koud als ik om half acht ’s-avonds de Mgr. Van Oorschotstraat in Heeswijk aankom. Even daarna arriveert Rien .Voor we op nummer 14 kunnen aanbellen doet een behulpzame buurvrouw open en kunnen via de gezamenlijk hal naar het appartement van Peter van Hamond en zijn vriendin Tinie.We bellen een keer of drie aan zonder reactie. Dezelfde buurvrouw neemt de telefoon en belt Peter die even daarna de deur opent en zich verontschuldigd voor het dutje wat hij aan het doen was.
Als we de woonkamer binnengaan zien we meteen de reden van ons bezoek. Niet minder dan 7 bromfietsen en een motor sieren het vertrek. Rien en ik kijken elkaar aan en weten dat wij daar thuis niet mee moeten aankomen. Bij de Tinie de vriendin van Peter blijkt dit echter geen probleem te zijn en zodoende leven ze beiden als het waren tussen hun hobby oude brommers en motoren.

Nadat we eerst eens goed hebben rond gekeken begint Peter zijn verhaal. Om er een klein beetje lijn in te houden moet ik hem en Rien die onder het vertellen door zowat onder de brommers liggen en elkaar met technische termen de loef af steken af en toe tot de orde roepen en te vragen om het verhaal brommer voor brommer af te werken wat met wat haken en ogen een beetje lukt.

Toen ik een jaar of 16 was,vertelt Peter,werkte ik als manusje van alles,in de garage van Piet Willekes in St.Michielsgestel. Ik had veel belangstelling voor techniek en keek als dat mogelijk was steeds bij de monteurs mee en leerde ik het vak zo,n beetje. Vanzelfsprekend was het toen dat je als 16 jarige jongen in het bezit kwam van een bromfiets . Mijn eerste bromfiets was een Magneet met een 2 versnellingen Sachs blok. Geen brommer waar je echt de blitz mee maakte maar in eerste instantie was ik er toch blij mee.

Op mijn 18de ging ik werken bij mijn vader die een transportbedrijf had . Na wat geld bij elkaar gescharreld te hebben kocht ik mijn eerste “echte brommer” een Victoria Avanti. Je weet hoe het gaat ,Je leert een meisje kennen het wordt sparen en je begint aan een huis te denken en er schoot voor “het brommeren”niet veel tijd meer over. Het geld had ik hard nodig dus de brommers gingen de deur uit. Mijn broer en ik namen de zaak van vader over en alle tijd werd in het bedrijf gestoken dat dan ook als de bekende kool groeide. We namen meer monteurs in dienst en met al dat werken vloog de tijd voorbij. Mijn hart bleef echter toch wel bij bromfietsen en motoren.
In Heeswijk woonde Marie van den Berg een enthausiast motorracer die aan veel wedstrijden deelnam en daarom altijd geld te kort kwam om zijn motor up to date te houden. Met ons bedrijf zijn we Mari toen financieel gaan ondersteunen wat ,uiteindelijk, de nodige vruchten heeft afgeworpen.
Ik was eens een keer bij Mari die achter in de schuur een oude Eijsink tandem had staan. Nu zijn bromfietstandems altijd al bijzonder maar een Eijsink is dat helemaal. Ik was er helemaal weg van en zag hem al hoogglanzend bij mij in de schuur staan. Mari zij”Als jij hem wilt hebben dan is hij van jou,jij helpt mij tenslotte ook altijd met mijn racerij”.Overigens hebben we nog een foto van ons samen op die tandem toen hij nog bij Mari in de schuur stond.

De restauratie van de tandem was ook meteen het begin van mijn hobby. Ik heb er drie jaar over gedaan om de Eijsink in Showroom staat te brengen. Hij was gelukkig nagenoeg kompleet alleen de achterstandaard heb ik moeten vervangen en bij Eijsinkman Martin van Son kon ik een passende kettingkast kopen. Het blokje liep na schoongemaakt zijn als de spreekwoordelijke naaimachine en is tot op heden nog nooit open geweest dus daar had ik niet veel werk aan. Overigens waren de Victoria blokjes niet begrenst en op de tanden samen met een passagier heb ik al eens 70 kilometer per uur gereden. Voor het blokje schijnt het geen kwaad te kunnen maar remmen is toch een ander verhaal. Overigens heb ik al het spuitwerk,het biezentrekken etc. zelf gedaan. Dit geeft mijns inziens de meeste voldoening. Voor een schep geld ergens iets laten restaureren is niet mijn ding. Toen de tandem klaar was zijn we er natuurlijk ook oldtimerritten mee gaan rijden .Waar we ook komen we hebben er overal veel bekijks en succes mee .Ik heb er dan ook diverse 1e prijzen mee gewonnen. De keren dat me gevraagd is om hem te verkopen zijn niet op twee handen te tellen. Normaal ben ik niet zo bezitterig maar van die Eijsink kan ik echt geen afstand doen.

Na de Eijsink volgden de restauratie van een Wingwiel, een Cyclemasteren en een Mosquito. daarna volgden de NSU T, geen TT maar een echt T die heel erg zeldzaam is. Ook daar kwam ik op een bijzondere manier aan.
Bij ons werkte een chauffeur wiens broer een boerderij gekocht had in Berlicum. Bij de oplevering bleken er in de stal nog 2 solexen en 1 bromfiets te staan. Onze chauffeur kreeg zecadeau van zijn broer maar wist er zelf ook geen raad mee en vroeg aan mij of ik er iets mee kon doen. Deze bromfiets, de bewuste NSU T, kreeg ik dus ook cadeau ,wat er van de solexen geworden is weet ik niet ,maar van de NSU heb ik al veel plezier gehad. Ook deze brommer liep goed dus heb ik hem alleen optisch weer helemaal in nieuwstaat gebracht en staat nu ook in de woonkamer.

Na de NSU kwam mijn de Victoria Avanti in beeld als 17 jarige had er zoals gezegd al een gehad en ik wilde persé net zo,n zelfde. Piet van Hoof,(bestuurslid HW&VC red.) had er niet minder dan drie staan. Probeer er maar één goeie van te maken zei Piet dan heb je voorlopig werkzat. De Victoria was een prachtige sportbrommer,die het Qua populariteit af moest leggen tegen de in die tijd erg populaire Royal Nord. De ( Italiaanse) lijnen van de Victoria trokken mij echter meer zodat daar mijn keuze op viel. Het is dan ook niet vreemd dat Victoria nu in Huize van Hamond naast de TV staat te pronken. Het is precies dezelfde als degene die ik had toen ik 17 was verteld Peter verder. Deze heb ik helemaal gerestaureerd maar op het moment lekt hij langs de krukaskering want ik krijg hem niet fatsoenlijk aan het lopen. Ik ben trouwens toch van plan het blok helemaal uit elkaar te halen en te reviseren.
Overigens heeft mijn broer Albert in zijn jonge jaren een Eijsink Rekord gehad,gekocht bij v.d. Heijden in Den Bosch. Die van Albert was echt bijzonder want die had een Victoria blok net als mijn Avanti terwijl veruit de meeste met een DKW of Zweirad Union blok waren uitgerust. Later is er ook nog gebruik gemaakt van het DMF Minarelli blok.
De Avanti was eigenlijk mijn laatste 2-takt project,daarna ben ik met Honda begonnen .

Mijn zoon Maikel werd 16 en wilde een brommer hebben. Mij vriendin had een scooter die hij voor niets kon krijgen maar die wilde hij niet,hij moest en zou een Honda zijn. Via internet vonden we een Honda uit de 320 serie in Limburg. Technisch was hij redelijk maar optisch in wat mindere staat. Deze Honda hebben we thuis helemaal klaar gemaakt en opnieuw gespoten inde kleur citroen geel. Niet origineel dus Maikel wilde hem persé zo hebben dus vooruit dan maar.
Na deze restauratie kreeg ik zelf ook een Honda kriebels. Het mooie donkere gluid beviel me heel erg goed en eigenlijk ook de eenvoud van de 320 alles was eigenlijk precies zoals het zijn moest. Ook weer via Internet kocht ik bij een handelaar in Cuijck mijn volgende 320 . Deze verkoper wilde er vanaf en had nog een Honda Monkey helemaal compleet maar . in twee emmers verpakt Helemaal in onderdelen dus. Die heb ik dus meegenomen. Terwijl Peter dit aan ons verteld haalt hij uit de slaapkamer de gerestaureerde Monkey te voorschijn. Deze is werkelijk 100% nieuwstaat. En opnieuw wordt dit verhaal wordt weer onderbroken door de technische uitleg en het hoe en waarom van deze restauratie. Bijgepraat over de Monkey verteld Peter enthousiast over zijn verzameling Honda,s uit de 320 serie .Hij heeft ze alle zes en staan keurig op een rij naast de eethoek. De 320 serie verteld Peter was speciaal voor de Europese markt zeg maar Nederland België en Luxemburg .Voor Nederland kwam er nog het probleem bij dat je er ook nog mee moest kunnen fietsen. Wat de wetgevers daar voor bedoeling mee gehad hebben is echt ongelofelijk. De 320-tigs lijken allemaal op elkaar en hebben zo te zien veel dingen gemeen. Schijn bedriegt want heel veel onderdelen passen gewoon niet op elkaar. De spatborden kastjes kroonplaten etc. zijn jaar na jaar veranderd zodat nagenoeg niets uitwisselbaar is. De grootste verandering zit in het blok dat in 5 jaar zowat helemaal veranderd is.Het laatste model uit de serie De 320s is samengeraapt uit alle onderdelen die in Belgie nog op de plank lagen. Bij dit type kom je onderdelen tegen van 1964 tot 1970 .Het heeft een berg sleutelwerk gekost om ze allemaal in de staat te krijgen waarin ze nu zijn. Maar eigenlijk is dat ook weer hetgeen deze hobby zo leuk maakt je blijft zoeken tot er weer een 100% procent origineel hebt en als dat het geval is geeft dat weer veel voldoening.

Mijn Mooiste project is de Honda SS50. Dit bleek na aankoop een motor zijn waarop een bromfiets verzekeringsplaatje hing. Ik had reeds lang het idee iets speciaals te bouwen en daar gaf deze Honda mij helemaal de gelegenheid voor. Op deze Honda SS zou ik nooit een bromfietskenteken kunnen krijgen. Het is en was een echte Nederlandse waarvoor destijds een motorkenteken was afgegeven. Origineel 50cc net zoals Kreidler (Super) en Zundapp (Ks serie) een echte motor dus. 50 cc vond ik echter wat weinig en besloot ik er een splinternieuw 125cc CB blok onder te hangen. Na een grondige verbouwing van het frame paste dat precies. De twee uitlaten zijn eigenlijk een beetje “fake” zoals je kunt zien komen die weer bij elkaar net na de uitlaatpoort. Dit trucje werd in de zestiger jaren wel meer bij bromfietsen toegepast. Verder is zowat alles vernieuwd veranderd en sneller gemaakt. Zo heb ik de racebuddy , kroonplaten,dashbord, oliekoeling en kettingkast zelf gemaakt. De Two-leading shoe remtrommels van een CB 350 werden door Piet van Hoof in Nieuwe bredere en sterkere vellingen gemaakt. Het clipon-stuurtje, toeren en kilometerteller zijn ook weer van andere motoren geleend. Met deze motor heb ik ook al diverse prijzen gewonnen en wordt ik vaak uitgenodigd om hem op de een of andere tentoonstelling neer te zetten. Te koop is hij natuurlijk niet maar de bezoekers hebben dan wel iets om zich aan te vergapen.

Als ik nu klaar ben met de laatste bromfiets restauratie dan ga ik een Honda Hailwood replica bouwen. Een echte racer dus op basis van een Honda 123cc raceblok. Maar omdat ik het momenteel nog heel erg druk heb met het transportbedrijf wat nu in handen is van mijn neef,zal dat voorlopig nog toekomst muziek blijven maar heb ik in ieder geval iets om naar uit te kijken. Mijn oude dag verslijten voor de Tv zit er bij mijn dus niet in.
Om 22.15 uur sla ik mijn schrijfmap dicht omdat anders de verhalen van Peter langer worden als deze website groot is. Na dat we afgesproken hebben terug te komen als de Hailwood replica klaar is, nemen we afscheid en rijden we door de vrieskou naar huis een mooi verhaal rijker. Tot ziens !!
Rien & Bert
I>[Het fotoalbum vind u hier.]


Vorige pagina