Op bezoek bij...... Harrie Roelofs
  
Als we om 19.15 uur het erf oprijden in het buitengebied van Schijndel zijn we gearriveerd bij Harrie Roelofs, lid van onze oldtimer club en dit keer de hoofrolspeler in ”Op bezoek bij”.

Moeder Roelofs opende de deur en roept zoon Hans, een van onze jongste leden, oldtimer bromfiets liefhebber en tevens webmaster van deze website. Wij komen echter deze avond niet voor hem, alhoewel hij ook een mooie verzameling brommers heeft. Vandaag komen we voor zijn vader Harrie die even daarna binnen komt gevolgd door Herman de Graaf, een vriend die een grote hand in de pap gehad heeft bij het restaureren van de tractoren van Harrie. Nadat we het eerste bakje koffie geleegd hebben en wat in zijn algemeenheid over de club hebben gesproken komt het gesprek als vanzelf op de grote hobby van Harry en Herman; tractoren. Niet van die gewone maar het liefst een beetje buiten modelse en zeldzaam.
Ik ben, steekt Harrie van wal, ‘timmerman’’ maar wel van boerenafkomst. Mijn vader boerde als zo’n beetje de meeste boeren in Brabant wat vee en wat landbouw, wat vroeger een gemengd bedrijf werd genoemd. Zelf hadden we geen tractor maar wel een paard waar het werk op het land mee gedaan werd. Successievelijk werd dit werk later steeds meer door een loonbedrijf gedaan. Ik vond het geweldig als ik zo af en toe eens met een tractor mee mocht. Ook het dorsen in de winter met een dorskast was een belevenis die je niet mocht missen. En als het enigszins kon stond ik er de hele dag bij. Op een keer, we zaten op school, zag ik door het raam de dorstkas rijden die altijd bij ons kwam dorsen en voelde meteen “Die gaat naar ons thuis”. Tijdens het speelkwartier ben ik er samen met mijn broer tussenuit geknepen om te gaan kijken. Natuurlijk niet dat iedereen het kon zien maar stiekem want we moesten immers op school zitten. Toen vader ons ontdekte kregen we natuurlijk op ons donder maar omdat het al te laat was geworden om naar school terug te gaan mochten we toch blijven kijken. Ik weet nog goed dat het verschrikkelijk koud was maar door het schouwspel van die kreunende en steunende dorstkas voelde we er weinig van. We mochten zelfs met de zakkenlift mee op en neer, wat natuurlijk helemaal een feest was. Toen, dat weet ik zeker, is de grondslag gelegd voor mijn tegenwoordige hobby.
Uit die tijd herinner ik mij ook nog een anekdote die alles met een tractor en mijn familie te maken had. Oom Toon, Jennissen, zo’n beetje de grondlegger van het grote loonbedrijf Jennissen, was s’winters met zijn Farmall B naar Best gereden om daar te gaan dorsen. Hij had de hele dag en ook ‘s’-avonds nog doorgewerkt om alles gedorst te krijgen maar het was gewoon teveel voor een dag en hij zou de dag erna terug komen om het karwei af te maken. Daar de trekkers vroeger niet zo snel waren als nu leende hij van de boer een fiets om er de 15 kilometer door de vrieskou mee naar huis te rijden. Thuis gekomen toen hij aan het vermoedelijk opgewarmde eten zat vroeg zijn vader, of hij het water van de trekker gelaten had in verband met de vorst. Ome Toon was dat glad vergeten en kon laat op de avond weer 30 kilometer met de fiets op en neer om dat alsnog te doen. Tegen middernacht kwam hij doodop thuis waarna hij de volgende morgen weer om 5 uur kon vertrekken.
Voor mij begon het allemaal zo’n kleine 30 jaar geleden. In die tijd stond er een advertentie in het landbouwblad dat er een tractorfestival gehouden zou worden in de Rips. Samen met mijn vader en mijn broer zijn wij daar toen naar toe gegaan. Er stonden verschillende tractoren waaronder ook een Lanz bulldog. Ik vond, net als veel andere tractorliefhebbers ,een Lanz bulldog een van de, zo niet de mooiste tractor die er bestond. De geweldige kracht die hij uitstraalde en het prachtige geluid, ik was er helemaal weg van. Om er mee te werken was echter een heel ander verhaal. Hoewel hij toentertijd de meest betrouwbare tractor was, ermee werken was een ander verhaal. Als hij onder het ploegen bij voorbeeld afsloeg dan moest je zorgen voor een gasbrander of op een andere manier vuur onder de gloeikop maken om de brandstof voor te verwarmen voor je hem opnieuw kon starten. Dat was een heel gedoe en er werd wat afgevloekt als het weer een keer zo ver was. Als je er mee aan het werk was schudde , hotste en botste op zo’n ding op en neer dat het een lieve lust was. Je werd er bijkans afgegooid en na een dag werk was je echt doodop. Dat was even iets anders dan de tractoren anno nu die super afgeveerd, met airco en computer aan boord op de markt zijn. Ook met het aandrijven van werktuigen en dorskasten ging niet echt goed met zo‘n Lanz, Doordat de motor er in lag en niet zoals bij andere tractoren erin stond was hij bijna niet op z’n plaats te houden en moest je om de haverklap de riem weer strak spannen omdat die er anders afliep. Dit weerhield mij er echter niet om er een te kopen. Via via kwam ik te weten dat er een stond in Liempde. Ik heb die toen gekocht hij zag er op het eerste gezicht aardig uit en ook technisch was hij redelijk in orde. Toen ik hem thuis had staan en hem eens goed bekeek bleek dat er toch wel het een en ander aan gedaan moest worden. Vooral het verf en spuitwerk heb ik toen aangepakt .Technisch hebben we hem ook zo goed mogelijk in orde gemaakt. Maar echt goed gerestaureerd is hij nooit. Als de “Case” waar ik nu nog mee bezig ben klaar is nemen Herman en ik de Bulldog echt helemaal onder handen. en ben ik weer zo’n beetje terug als waarmee ik begonnen ben.

[Voor aanvullende informatie over Lanz traktoren klik hier hier]

Nadat de vrouw van Harrie nog eens heeft ingeschonken verteld Harrie verder. Samen met mijn broer ben ik ook eens naar Baarle Nassau of Baarle Hertog dat weet ik niet meer precies geweest. Van horen zeggen wisten we dat er een O12 trekker motor bij een boer onder een hooiberg zou hebben gestaan. Na lang zoeken hadden we de O12 eindelijk gevonden. Er was eerst wel een ton of 5 hooi verzet maar daar stond hij dan. We zagen er wel iets in en na lang onderhandelen over de prijs hebben mijn broer en ik die gekocht en ook samen gerestaureerd.

Na deze restauratie, we deden er onze tijd over,kwam de Mc.Cormick WD9 in beeld. Deze tractor was in 1945 de grootste en met 50 pk ook de sterkste tractor die er te koop was. Hij kostte destijds een godsvermogen, namelijk 14.500 gulden. Men kocht voor dat bedrag toen ook een fatsoenlijke boerderij. Je kunt dus wel nagaan dat de bezitter of vaker nog de bezitters er zuinig op waren. Omdat deze trekker heel veel werk kon verzetten (hij draaide zowat dag en nacht, zeker omdat deze tractor vaak al van verlichting was voorzien) was hij natuurlijk ook een doorn in het oog van de concurrentie, zeker de vroege loonwerkers die zo’n ding nog niet hadden. De boeren die een coöperatie bezaten lieten de tractor dan ook geen uur onbewaakt omdat het toen nog al eens is voor gekomen dat er door de concurrentie suiker in de tank werd gedaan, of er op een andere manier aan werd geknoeid om het werk plat te leggen.
Op diverse festivals zag je van alles maar zelden een WD9. Op een gegeven moment, zo’n kleine dertig jaar geleden, kreeg ik een tip dat er eentje te koop stond in Ooien aan de Maas. Het was bij een varkensboer,die de trekker gebruikte om stro voor de varkens te hakselen. Die heb ik toen daar gekocht. Een kennis van mij had een Tatra en met die vrachtwagen hebben we toen de trekker naar huis gehaald. Mijn broer had ook een WD9 alleen zonder aftakpoelie. Hij had er al een jaar of 6 alles naar afgezocht maar nergens gevonden. Overigens was dat niet zo vreemd want als er toen een 15 tal in Nederland zijn geweest was het al veel. Toen we bij mij thuis de tractor van de Tatra gelost hadden en wat stonden na te praten zei de chauffeur: “Zo,n ding waar jij nu tegen aan leunt ligt bij nog een langs de oprit tegen de schuur” en wees daarbij op de aftakpoelie die op mijn trekker zat. Ik vroeg weet je dat zeker? Heel zeker zei hij. Wij natuurlijk direct naar zijn huis toe en verdomd het was dezelfde .We konden hem voor niets meenemen. Mijn broer was natuurlijk de koning te rijk. Vervolgens ben ik, met hulp van Herman toen aan de restauratie begonnen. Veel onderdelen en stukken plaatwerk moesten vervangen worden. Er was niet veel te krijgen omdat de WD9 maar mondjesmaat hier geďmporteerd is en de onderdelen die snel verslijten ook op de andere tractoren meestal stuk waren. Het kwam daarom meestal op zelf maken aan. Als er al eens een onderdeel uit Amerika moest komen duurde dat soms maanden en lag de restauratie weer een winter stil. Tegenwoordig is het eigenlijk makkelijker om aan onderdelen te komen omdat de import vanuit Amerika veel makkelijker verloopt dan toen. Intussen zijn er ook wat meer WD9’s in Nederland mede vanwege de veel eenvoudigere import mogelijkheden. Toen de technische restauratie klaar was ben ik aan het exterieur begonnen. Het verven hebben we zelf gewoon met de kwast gedaan alleen het plaatwerk dat gespoten moest worden heb ik uitbesteed. Eigenlijk is het afbouwen dan zo gebeurd en dan ineens staat hij daar dan, precies zoals je hem wilde hebben. Als je dan op zo’n trekker zit en je hoort de motor lopen, de beloning voor jaren werk komt dan tot leven en ik was er dan ook geweldig trots op dit voor elkaar gekregen te hebben. Je draagt toch een steentje bij aan het verleden levend te houden voor de komende generaties. De eerste tijd na de restauratie loop je regelmatig de schuur in om het resultaat nog maar eens te bekijken.

[Voor een overzicht van de historie van McCormick klik hier, verder klik hier voor prachtige documentatie uit die tijd (let op; groot bestand, circa 2,5mb)]

Na verloop van tijd begint het dan toch weer te kriebelen en eigenlijk als vanzelf begon ik aan het volgende project, een 6 pk sterke stationaire motor, ook een Mc.Cormick . Ik kocht hem van een handelaar die hem ergens in Frankrijk op de kop getikt had. Hij was compleet en liep ook maar niet al te best. De Lagers waren versleten en overal had hij eigenlijk speling. Het draaien van nieuwe lagers nam Herman op zich en we hebben zogenaamde Stauferpotten op het huis gemonteerd. Deze potten worden met olie gevuld en zo worden de lagers die natuurlijk door Herman van een oliegroef werden voorzien gesmeerd. Het krukasklager wordt door vet gesmeerd en de zuiger weer door druppel smering. Nu loopt de motor weer als een zonnetje en ik gebruik hem vaak op shows van het HMT om een schaafbank of een koffiemolen aan te drijven. Het is leuk dat veel bezoekers altijd geboeid staan te kijken omdat er zoveel beweegt bij de oude motor en de werktuigen. Overigens malen we in de koffiemolen maďs omdat koffiebonen malen wel een heel dure hobby zou worden. Ik ben al heel lang lid van het HMT vroeger was het er echt heel gezellig en iedereen kende iedereen. Nu is die vereniging zo groot geworden dat ik die gezelligheid van vroeger daar toch wel mis. Sinds ik echter lid ben van de HW&VC heb ik die daar teruggevonden. Alles is veel kleinschaliger en na een paar filmavonden bezocht te hebben ken je daar zo iedereen.
Na de Mc.Cormick heb ik ook nog een “Lister”stationair motor gerestaureerd. Deze had 20 jaar bij een boer onder een konijnenkooi half in de grond gezeten. Ik mocht hem voor niets meenemen. Maar als ik hem aan het lopen kon maken wou die boer er wel iets voor hebben.

Tijdens de restauratie van de “Mc.Cormick” liep ik ongeveer 20 jaar terug ook nog tegen een “Case DC4” tractor aan. Omdat die heel bijzonder was kocht ik hem om hem later ooit eens te restaureren. Ik heb hem toen bij mijn ouders in de schuur gezet omdat ik er hier eigenlijk geen plaats voor had. Het ding was in een bijzonder slechte staat en iedereen verklaarde me voor gek. Ik kon hem beter maar meteen naar de schroothoop brengen. Zelfs mijn vader, die toch wel wat gewend was, zag het niet helemaal zitten. Case is een heel oud merk. Al in 1890 bouwde deze fabriek stoomtractoren en had wat kwaliteit betreft een heel goede naam. Toen Mc.Cormick failliet dreigde te gaan heeft Case dit merk overgenomen en is nog steeds een van de grootste producenten. Wisten jullie overigens dat de sterkte van de motor in “Ploeg” werd weergegeven .Wij leerden vroeger in paardenkrachten en tegenwoordig wordt vermogen in watts aangeduid. Je had dus tractoren die “1 ,2 ,3 of 4 ploeg”waren. Natuurlijk was dit om aan te geven een hoeveel blads ploeg de trekker ploegend aankon.
Toen mijn vader gestorven was, moest het huis verkocht worden en was er natuurlijk voor mijn “Case ”daar geen plaats meer. Ik heb hem toen naar huis gehaald en aan de restauratie begonnen. In het begin was het echt hopeloos. Hoe meer we sloopten hoe slechter de trekker er aan toe bleek te zijn. Veel onderdelen waren kapot of niet meer aanwezig. Als Herman niet bijgesprongen was met zijn vakmanschap dan had ik hem inderdaad naar de schroothoop gebracht. Zowat alle draaiende delen werden vervangen zoals lagers en lagerschalen en langzaam aan begon het project weer vorm te krijgen. Keerringen werden vervangen door nieuwe klassieke keerringen (met leer!) maar ook door recente exemplaren. Voor maten die niet meer voorhanden waren hebben we het een en ander aan moeten passen. Aanvankelijk lekte die klassieke afdichting als een zeef. We leerde echter dat het leer eerst door olie verzadigd moest zijn om het lager af te sluiten. Nu zijn ze echt oliedicht. Wat ook heel apart is aan deze tractor is dat hij zowel op benzine als op petroleum loopt. De tractoren die voor de USA bestemd waren liepen alleen op benzine omdat die daar toch geen stuiver kostte. Hier in Europa war de benzineprijzen veel hoger en werd, om het goedkoper te houden, de motor ook geschikt gemaakt voor veel goedkopere petroleum. Zodoende heeft mijn tractor 2 tanks een kleine voor benzine en een grote voor petroleum. Dat was meteen mijn volgende grote probleem. De motor werd op benzine gestart en via een heel speciaal spruitstuk werd de petroleum aangezogen en voorverwarmd voor het de carburateur in ging, waarna de motor op petroleum begon te draaien. Bij mijn tractor die jaren buiten gestaan had, was in dat spruitstuk water gekomen en in de winter was het gietstuk kapot gevroren. Over driekwart van de lengte zat een scheur van wel 6 ŕ 7 mm breed. Een nieuw spruitstuk kon ik vergeten die was echt nergens aan te komen. Overal heb ik geďnformeerd maar steeds nul op het rekest. Toen kwam ik in contact met iemand die zei dat hij een lasser kende die het spruitstuk misschien zou kunnen lassen. Natuurlijk hadden we daar zelf ook al aan gedacht maar omdat het materiaal op de naad erg dun was durfde geen lasser er aan te beginnen. Als laatste redmiddel heb ik toen het spruitstuk mee gegeven. Erger als kapot kon toch niet dus op hoop van zegen. Niet veel later kreeg ik het helemaal gerepareerd terug. Je kunt nu nog precies zien waar het gelast is. Die lasser is echt een vakman. Volgens zeggen heeft hij eerst het spruitstuk verwarmd in een kist glaswol en toen het roodheet was de scheur dicht gelast. Nadien moest het weer heel geleidelijk afkoelen omdat het anders meteen op de lasnaad weer zou scheuren. De “Case” is nog niet helemaal klaar. De spatborden ontbreken nog. Ik heb weliswaar enkele oude maar die zijn in stukken en om te restaureren zou ik ze zowat nieuw moeten maken. Omdat dit geen meerwaarde geeft heb ik nu een set in Amerika besteld. Ze staan daar nu klaar om verscheept te worden. I.v.m. met de creditcrises duurt het allemaal wat langer maar ik ben er van overtuigd dat het allemaal goed gaat komen. We hebben al proef gereden en nu blijkt ook de magneet verzwakt te zijn. Deze moet ik dus nog op laten sterken en mogelijk opnieuw laten wikkelen. Zoals hij nu is levert hij nog geen halve ploeg i.p.v. drie. Als dat gebeurd is beginnen we zoals gezegd aan de revisie van de Lanz.

[Voor een overzicht van de historie van Case klik hier, verder voor documentatie om indruk te krijgen van de techniek van de Case trekker klik hier (let op; groot bestand, circa 2,5mb)]

Onder het vertellen van Harrie en Herman, af en toe aangevuld met opmerkingen van Hans, moet ik er af en toe de rem op gooien omdat ik anders bang ben hier na drie avonden nog niet klaar te zijn. Het zijn allemaal boeiende en soms grappige verhalen van twee liefhebbers van “Ou Ijzer” in hart en nieren. We kunnen het niet nalaten om ook maar meteen een afspraak te maken met Herman want we zijn erg benieuwd naar zijn schatkamer. Na nog een glas en nog een verhaal nemen we afscheid. Tot morgen,”verrekt ja dan is de filmavond”

[Het fotoalbum vind u hier.]

Rien & Bert

[Zoals je hierboven ziet is in dit artikel regelmatig naar de site www.antiquefarming.com gelinked. Een prachtige site met veel informatie over oude tractoren, helaas alleen in het engels. Van de andere kant is alleen het plaatjes kijken op deze site al meer dan de moeite waard.]



Vorige pagina