Op bezoek bij Ad & Nettie Lunenburg
 
Over Franse auto,s en Engelse motoren
Over Franse auto,s en Engelse motoren

Het is al donker als we in Berlicum arriveren ,
Wij gaan op bezoek bij twee fanatieke verzamelaars van alles wat oud is maar en te maken heeft met motoren en auto, s.
Ad en Nettie Lunenburg ze hebben een Franse oldtimer auto en Engelse motoren.
Je ziet door het hele huis posters schilderijen, asbakken en andere gebruiksvoorwerpen die verwijzen naar Peugeot maar vooral naar Norton.
Als Nettie de koffie heeft ingeschonken steekt Ad van Wal.
De voorliefde bij mij voor Peugeot is eigenlijk heel normaal, want toen ik van de ambachtschool( toen nog zo genoemd) kwam ging ik werken bij Garage Staals in Veghel .Staals was Peugeotdaeler en van het begin af aan sleutelde ik voornamelijk aan die auto,s.Ik had ook wel iets met dat merk omdat ze vooral op comfort gebouwd waren en er op een standaard puegeot al veel extra, s zaten die bij andere merken(lees Duitse) optioneel en duur waren.Het enige nadeel was dat de Peugeots al roestten in de folder.Het is meer dan eens voorgekomen dat een nieuwe auto die afgeleverd moest worden gedeeltelijk werd overgespoten omdat er al roest zichtbaar was.
Nu is dit natuurlijk niet meer het geval omdat de carrosserie verzinkt wordt
Afijn, mijn eerste auto werd dus een Peugeot 404 de motor was onverwoestbaar en mits goed getectyleerd hield de auto het heel lang uit . Nadien volgde er nog veel Peugeot, s waaronder een 504 coupe wat voor mij de ultieme auto was.In 1978 kon ik er een overnemen van een klant van ons en heb toen meteen toe gehapt.De auto verkeerde nagenoeg in nieuwstaat en had helemaal geen roest o.i.d. Veel later ik geloof ergens begin jaren 90 Heb ik hem een keer over laten spuiten en hij ziet er nu nog steeds spik en span uit. We rijden er nu Rally, s en oldtimerritten mee.Meteen toen ik hem kocht heb ik alle holle ruimtes ingespoten met een mengsel van Was en cardanolie .Als het erg warm weer is komt er zo nu en dan nog een druppeltje uit verteld Ad.
In al die jaren dat ik hem heb heb ik er buiten de normale beurten nooit iets aan hoeven te doen pech heb ik er nog nooit mee gehad. Natuurlijk rijd ik hem niet meer dagelijks want we hebben al weer jaren een andere Peugeot voor het dagelijkse ”werk”.Zolang ik leef en nog weet waar het over gaat, de 504 nooit meer de deur uit. Misschien wordt hij later voor mijn kleinzoon als er vanwege de milieueisen nog mee gereden mag worden tenminste. Wat Nettie en ik trouwens ook gemeen hebben, we kunnen nergens afstand van doen en alles wat we eenmaal gekocht of gekregen hebben blijft ook hier.Zo heb ik vanaf het begin altijd foto, s, posters ja zelfs de entreekaartjes van motorrace en cross altijd bewaart en hebben we dus naast de motoren nog verzamelingen op allerlei gebied als het maar met auto,s en motoren te maken heeft.
Als Nettie nog maar een weer een glas heeft ingeschonken verhaalt Ad verder.
Ik heb altijd wel wat gehad met motoren.Mijn vader reed motor en eigenlijk gaat het dan een beetje vanzelf.Vader had wel een hekel aan bromfietsen zo snel op een fietspad dat kon niet goed gaan.Thuis op het erf en het land crosten mijn broers en ik wat rond op een oude HMW en toen ik 16 was kocht ik van mijn spaargeld een tweedehands Kreidler florett. In die tijd was dat samen met Zundapp de brommer voor jonge gasten uit ons milieu. Je had er ook die op een Puch of Tomos reden maar dat was niet ons slag volk ze kwamen ook niet in de zelfde cafés, en dancings als wij want als dat per ongeluk wel eens gebeurde was het meteen foute boel. In die tijd kwam ik veel bij “”Heintje Verhagen”” in Dinther Heintje,waar “Mien”( met harde hand) de scepter zwaaide.Er zat bij Heintje zaterdag, s altijd een orkestje uit den Bosch dat net als tientalle andere bandjes uit die tijd eindeloos de Beatles en Rolling Stones imiteerden
Ze zullen dat wel goed gedaan hebben want het was er altijd mudvol Daar,in die Sfeer heb ik in 1966 Nettie leren kennen, eerste samen op de Florett, helemaal versierd met chromen beugels voorlampkapje ,rekje op de tank eigenlijk alles wat maar verchroomd kon worden zat er op. Natuurlijk had ik hem behoorlijk opgevoerd de vijl en een grotere carburateur deden wonderen .De polite had nagnoeg een dagtaak om ons op de hilen te zitten.Op een keer , het kon haast niet uitblijven,ging ik een veel te hard en vloog uit de bocht met mijn Florett .De rit eindigde via de ambulance in het ziekenhuis mijn hele knie was kapot en helemaal goed is hij ook nooit meer geworden.Ik lag zowat een half jaar in het ziekenhuis en had veel tijd om na te denken .Eigenlijk had ik genoeg van de brommers .Thuis werd deze beslissing met gejuich begroet.Maar wat later,ik was inmiddels 18 jr. geworden begon het toch weer te kriebelen .Ik wilde net als mijn vader een motor.Mij vader maar vooral mijn moeder probeerde er mij natuurlijk vanaf te houden na dat ongeluk, maar dat mocht niet baten.Ik kocht ik een Matchles G9 en vroeg een oefenvergunning aan bij de gemeente.Ik crosste trots als een pauw door het dorp.
In die tijd liepen er in niet veel zoveel motoren en ik genoot al vlug bekendheid ook bij de politie die me dan ook scherp in de gaten hield.
Nadat ik mijn rijbewijs gehaald had kon ik met Nettie achterop overal naar toe .We gingen vooral naar de wegraces overal in Nederland waar geracet werd waren we te vinden.Met motorcross had ik nog niet zo veel .Al gingen we wel Naar” St.Tunnis”
naar de “ cross der azen”, een wedstrijd waar heel Nederland en zeker Brabant voor warm liep.Als je uit St.Antonis kwam terug gereden stonden er in de dorpen honderden mensen langs de weg om naar de passerende motorrijders te kijken. Die waande zich na de wedstrijd een beetje coureur en reden om het hardst, snelheidscontrole was er in die tijd niet of nauwelijks en zodoende gebeurde er links en rechts nogal een ongeluk
Door te hard en te overmoedig rijden.
Bij ons in de Buurt op de Heibloemsedijk, bij “Broer Blommers”, in bekend café in de hei werd ook vaak gecrost en Broer zelf reed een BSA zijspan combinatie.
Op een keer ’s-avonds stond hij bij mij aan de deur, z, n BSA was kapot of ik hem kon maken?Ik ben aan het sleutelen gegaan en na een paar avonden liep de BSA weer als de brandweer.Het ging zo goed met Broer dat hij mij vroeg om z,n vast monteur te worden.Ik sleutelde dus vaak voor hem samen met mijn vriend Hans Verhagen.Als we de motor moesten uitproberen was Broer er vaak niet Dan reed ik en Hans ging in de bak.We reden we wat rondjes op het terrein en het ging eigelijk heel lekker.bij een paar broers van Blommers stonden te kijken toen wij weer eens bezig waren en na afloop zei een van hen waarom gaan jullie niet zelf crossen jullie rijden veel beter als “”onzen Broer”.
Van het een kwam het ander en zo zijn we begonnen bij de juniorklasse van de KNMV.
Eerst even met een BSA maar al gauw met een Norton commandoblok in een Featherbed frame we konden al vlug goed mee komen en we reden al eens in de uitslag.
Er werd een bus (camper) aangeschaft en samen met Nettie en Hans gingen we in het weekend naar de wedstrijden.
Er werd zelfs een Supportersclub opgericht in Berlicum en dank zij hen konden we het crossen wat professioneler aanpakken. We hadden voortaan twee motoren die competitief waren.Twee Norton WASP combinatie,s en de jaren daarop reden we echt vooraan mee Hetkampioenschap heb ik me echter zelf door de neus geboord .Na een valpartij(we sloegen letterlijk over de kop) een paar meter verder het parcours weer op te komen
Als waar we eraf gegaan waren. We wonnen na nog 3 koppels te hebben ingehaald de wedstrijd nog en we werden als kampioen gehuldigd.Maar het noodlot sloeg toe, Er kwam iemand vertellen met het reglement in de hand dat we een paar meter verder op het parcours gekomen waren dan op het punt waar we over de kop waren gegaan.We hadden er absoluut geen voordeel bij maar de KNMV oordeelde dat reglementen er niet voor niets waren.We werden gediskwalificeerd en mochten de tweede manche niet eens meer starten! Inleveren beker en einde kampioenschap, een illusie armer en een ervaring rijker.Zwaar teleurgesteld keerden we huiswaarts.Het nieuws was echter in Berlicum aangekomen dat we kampioen geworden waren De Harmonie stond klaar voor de intocht.Ik heb dat altijd verschrikkelijk jammer gevonden want dat kampioenschap was wel de kroon op het werk geweest.We Crosten noch enkele jaren door en ondanks dat we goed mee konden komen hebben we nooit meer echt voor het kampioenschap mee gedaan.Wel zijn we door gestoten naar de senioren en zelfs hebben we nog met een H nummer( internationaal) gereden
Toevallig was dat ook nog H16 het nummer van mijn grote voorbeeld Broer Dirx die toen al gestopt was.In 1981 kreeg ik andermaal een zwaar ongeluk tijdens een wedstrijd ik brak mijn rug, been en enkele ribben.en mocht nog van geluk spreken dat ik geen dwarslaesie heb opgelopen. Volgens de artsen was ik door het oog van de naald gekropen en moest van geluk spreken dat ik niet in een rolstoel was geëindigd. Omdat het genezingsproces 2 jaar duurde werd het voor mij het einde van mijn actieve loopbaan als zijspancrosser.
Men zegt het bloed kruipt waar het niet gaan kan en dat was bij mij ook het geval. Tijdens mijn crossperiode had ik ook weer een wegmotor gekocht een BSA G80 s
En daar reed ik regelmatig op thuis stond nog het zijspan waar het geweldige norton commando blok in hing.Ik besloot dat blok te gebruiken om een racer te bouwen weer
werd het featherbedframe als basis gebruikt.Het werd een geweldige machine.Ik melde mij aan bij de Eenhoornfederatie om daar zgn. demonstratierace,s te gaan rijden.Er werd dan zgn. geen echte wedstrijd verreden maar diegene die gingen kijken wisten wel beter, er werd behoorlijk geschroefd. We gingen zelfs op Assen, Zandvoort en andere vaste ciquits rijden tot zelfs in Montlerry in Frankrijk.Ik bouwde naast de eerste nog een tweede racer weer een Norton natuurlijk.Deze was veel agressiever als de eerste maar was bloedsnel.
Nettie verteld”” Ik zag het gebeurden in Montlerry Ad zat lekke op de motor en iedere ronde ging sneller en na een paar ronden kwam hij op kop door….. en toen niet meer.
Achter op het curquit was hij er afgevallen. Zijn pink zowat van de hand gescheurd maar het ergste was de tank.Een handgeklopte aluminium tank een deuk zo groot als een helm. Een toegesnelde liefhebber stond er bij met betraande ogen niet voor Ad maar voor zijn motor.Hoe kon die gek zo, n mooie Norton racer naar de filisteinen helpen.
Achteraf is het toch nog goed gekomen en is de tank weer gerepareerd.
Als bewijs staat de racer nu weer bij Ad in de garage te blinken. Na 10 jaar demonstatieracen hield Ad het voor gezien.Hij werd wat ouder en het lichaam wilde niet wat de geest nog makkelijk aankon. Toch is hij nog steeds motorliefhebber en oldtimerfan in hart en nieren getuigen zijn Norton verzameling van Commando tot Dominator. Nog steeds is Ad een vraagbaak voor Norton en BSA liefhebbers De blokken kan hij wel dromen en dankzij hem lopen er nog heel wat Norton, s als een zonnetje.
Na zijn raceperiode werd hij actief lid van de oldtimerclub en al snel bestuurslid hoe kan het ook anders van de afdeling”motoren”Hij kijkt samen met zijn vrouw Nettie nu al uit naar het 15 jaarbestaan van de Oldtimerclub dat wordt gevierd met een grote show in Schijndel waar natuurlijk zijn Racer te bewonderen zal zijn.
Na nog een pilsje blijkt het inmiddels bijna half twaalf te zijn en hebben we moeite om afscheid te nemen van Ad en Nettie Vanwege de gezelligheid en vanwege Ad die ons tot aan de deur achtervolgd met zijn prachtig verhalen.



Vorige pagina